Modelcontrole in BIM: vier smaken, ISO 19650 en een praktische aanpak
Modelcontrole in BIM: vier smaken, ISO 19650 en een praktische aanpak
Modelcontrole is meer dan clashes vinden. Met een sterk BEP, de centrale BIM-coördinator (ISO 19650) en vier smaken modelcontrole (kwaliteit, coördinatie, fit check, output) maak je het proces voorspelbaar, schaalbaar en bruikbaar voor alle disciplines.
Key takeaways;
- Zonder plan (BEP) wordt modelcontrole brandjes blussen.
- Vier smaken: kwaliteitscontrole, coördinatiecontrole, fit check, outputcontrole.
- Sorteren → visueel checken → automatiseren: eerst focus, dan snelheid.
- Issues prioriteren met een clashmatrix en werkpakketten.
- De ‘lead appointed party’ borgt proces, data en oplevering volgens ISO 19650.
Controleren of niet?
In een project werken verschillende disciplines samen om het gebouw te vormen. Digitaal werken in het project voelt soms als het oplossen van een enorm grote puzzel. Om een digitaal bouwproces te laten werken en een goed gebouw te creëren, moeten alle disciplines samenwerken.
Wat we vaak horen, is dat deze puzzel eenvoudig is op te lossen door ‘modelchecking’: het in elkaar zetten van modellen en het zoeken naar de raakvlakken daartussen. In de praktijk leidt onderschatting van het werk dat nodig is er vaak toe dat partijen worstelen met een proces dat niet soepel verloopt en waarbij iedereen naar een ander wijst in plaats van zelf informatie over de schutting te gooien. Dat willen we voorkomen.
Voor een goede aanpak van modelcontrole is het belangrijk niet alleen naar de controle zelf te kijken, maar ook na te denken over de samenwerking en het proces. Je gaat immers niet zomaar puzzelen tot er een puzzelstukje past; er moet een plan zijn.
De centrale BIM-coördinator volgens ISO 19650
De ISO 19650 is de ruggengraat voor onze diensten, dé standaard voor digitaal informatiebeheer gedurende de hele levenscyclus van gebouwen. In de norm wordt de rol van ‘hoofdaangestelde partij’ gedefinieerd om tot een goed proces te komen. Als ‘lead appointed party’—in Nederland vaak de centrale BIM-coördinator—sta je tussen het projectteam, de opdrachtgever en de aannemers in. Je zorgt voor een gedragen proces via een BIM-uitvoeringsplan (BEP), het plan voor de samenwerking en oplevering van het informatiemodel. Dit is een zeer belangrijke stap die cruciaal is voor de modelcontrole. Het legt de basisafspraken voor het project vast en creëert een basis voor verdere samenwerking tussen het projectteam en andere belanghebbenden. Als iedereen op één lijn zit, is het veel gemakkelijker om het doel te bereiken.

Daarnaast is een ‘lead appointed party’ verantwoordelijk voor de oplevering van het informatiemodel aan de klant. Disciplines stem je goed op elkaar af, zodat alle puzzelstukjes in elkaar passen. Niet alleen de ruimtelijke positie, maar ook de objectinformatie sluit op elkaar en op de eisen van de klant aan.
Een BIM-model is een schatkamer vol informatie; het beschrijft niet alleen een geometrische vorm, maar heeft ook veel niet-geometrische data gekoppeld aan de elementen. Deze data worden met de dag belangrijker; ze worden steeds meer gezien als het nieuwe goud. Als centrale BIM-coördinator is het niet alleen jouw taak om de ruimtelijke coördinatie te controleren, maar omdat je optreedt tussen de aannemer en de projectteams, is die data ook een belangrijk onderdeel.
Plan van aanpak
Als hoofdaannemer denk je vooraf na over het hele proces en stel je samen met de andere partijen een plan van aanpak op. In een BIM-uitvoeringsplan leg je vast hoe het projectteam samenwerkt en wanneer, en welke informatie wordt overgedragen aan de andere partijen. Ook spreek je af waar de afbakening van de modellen ligt en wie verantwoordelijk is voor welke delen van het gebouw.
Het BIM-uitvoeringsplan is een levend document waarin bepaalde BIM-gerelateerde beslissingen tijdens de ontwikkelingsfase wordt vastgelegd en aan de bouwpartijen wordt overgedragen voor de volgende fase.
Vier smaken van modelcontrole
Samen met het projectteam geef je het gebouw vorm en coördineer je het project, vergelijkbaar met een (supergevorderde) puzzel waarbij de stukjes in elkaar moeten passen. Maar er zit een addertje onder het gras: een extra dimensie waarbij de vorm van de puzzelstukjes op elk moment kan veranderen.
Geen gemakkelijke opgave dus. Niet alleen moeten de verschillende disciplines in elkaar passen, de partijen moeten er ook voor zorgen dat de aangeleverde informatie correct is. Vanuit verschillende invalshoeken definieer je gedurende het proces verschillende smaken van modelcontrole, resulterend in vier smaken en zes controlepunten.
Het hamburgermodel (Gielingh)
In het Nederlandse bouwproces zijn grofweg twee belangrijke fasen te onderscheiden: de ontwerpfase en de realisatiefase. De concepten daarvan kunnen spiegelen aan de hand van het hamburgermodel, ontwikkeld door Wim Gielingh in 1988. Het model onderscheidt bovenaan de prestatiemodellen: WAT gaan we maken en WAAROM hebben we deze oplossing nodig, en—gespiegeld onderaan de hamburger—de productiemodellen: HOE gaan we het maken. Met andere woorden, de gevraagde functionaliteit in het ontwerp wordt gespiegeld aan de daadwerkelijke oplossing in de realisatiefase, waarbij deze oplossing direct het functionele concept moet weergeven. Dit is ook het proces dat we zien in de modellen.

1) Kwaliteitscontrole
De eerste vorm van modelcontrole richt zich op elk aspectmodel zelf. Elk model moet een bepaalde basiskwaliteit hebben. De Nederlandse standaard BIM Base IDS richt zich op een werkbaar model met basisinformatie. De kwaliteitscontrole controleert zowel correcte geometrie als eenduidige en gestructureerde data. De aangeleverde informatie is correct en er zijn geen conflicten of duplicaten in het model zelf. De verantwoordelijkheid voor het leveren van kwaliteit ligt bij de leverende partij, maar als coördinator is het een belangrijke eerste basiscontrole om met deze modellen te kunnen werken. Deze modelcontrole vindt zowel in de ontwerpfase als in de realisatiefase plaats.
2) Coördinatiecontrole
De tweede smaak van modelcontrole is de coördinatiecontrole, die het snijvlak tussen verschillende disciplines controleert. Hier denken de meeste mensen aan bij modelcontrole. Verschillende modellen laad je samen in een federatief model en controleer je op kruisingen (clashes) en andere integratiegerelateerde onderwerpen. Deze stap pas je toe in de ontwerp- en realisatiefase.
3) Fit check
De derde soort controle richt zich op de samenwerking tussen de ontwerpmodellen en een soortgelijk model in productie, een zogenaamde fit check. Past het productiemodel binnen het raamwerk van het ontwerp, of zijn er grote verschillen? In plaats van inconsistenties zoek je naar overeenkomsten in de geometrie.
4) Outputcontrole
Tot slot is de vierde smaak een controle van de informatie die naar andere partijen of de klant wordt gestuurd. Is de informatie aanwezig die de klant nodig had? Geef je informatie door aan leveranciers, dan controleer je of zij voldoende gegevens hebben om verder te werken met het model.
Het proces staat, de verschillende smaken en het doel van de modelcontroles zijn duidelijk. Het coördinatieproces lijkt dan heel eenvoudig: je integreert de verschillende aspectmodellen in het federatieve model, schakelt een regelset in die de modellen analyseert en drukt op Start! De tool geeft in een oogwenk een totaal van 10.000 issues. Dus waar begin je? Hoe kom je bij de kwesties die er echt toe doen? En wat zijn de belangrijkste issues om mee te beginnen?
Het gebouw als puzzel: slim sorteren voor focus
Elk aspectmodel is onderdeel van de puzzel, elk object een puzzelstukje. Elk stukje heeft zijn eigen plaats in de puzzel, elk object zijn positie in het gebouw. Je legt niet elk puzzelstukje één voor één. We beginnen met het sorteren op kleur en/of op positie in de puzzel (randstukjes of middenstukjes), afbeeldingen die we herkennen. Het sorteren zorgt voor focus en maakt het makkelijker om de puzzel op te lossen.
Het gebouw kan ook op deze manier benaderd worden: sorteer en classificeer object voor object. Kies daarbij een filter dat past bij het werk dat gedaan moet worden. Is dit een kwaliteitscontrole of een coördinatiecontrole? Test je de gebouwschil, of controleer je de vrije ruimte rond installaties? Door filters te maken op basis van bijvoorbeeld entiteiten en kenmerken, of op basis van classificatiesystemen, wordt het model opgedeeld in logische en herkenbare werkpakketten. Met deze praktische werkwijze leer je het gebouw en de modellen beter kennen en heb je een meer inzichtelijke coördinatie van het geheel.
Visuele controle: van grof naar fijn
Nadat de puzzelstukjes gesorteerd zijn, volgt een visuele controle. Bij de belangrijkste stukken, de randstukken, zoeken we precies de juiste vorm en kleur van het puzzelstukje dat past. Dit definieert het werkingskader en geeft de puzzel zijn vorm.
Bij een visuele modelcontrole neem je ook de eerder gemaakte werkpakketten mee. We beginnen met de belangrijkste onderdelen, bijvoorbeeld of de constructieplaat past bij de wanden van het architectuurmodel.
Hier benader je het gebouw zoals het zal worden gebouwd: van grof naar fijn en volgens het gemaakte plan. Zorg er bij het werken met digitale modellen voor dat je gefocust blijft op wat belangrijk is voor de fase van het gebouw. Het is gemakkelijk om objecten te controleren die nog niet klaar zijn of te verzanden in details. Maak een plan en werk volgens dat schema.
Automatisering zonder black box
Een puzzel in elkaar zetten is handwerk en daarom geeft het veel mensen een gevoel van ontspanning en controle over het creatieproces. Toch is het juist die (supergeavanceerde) puzzel van het gebouw waarbij we processen willen automatiseren en de kans op fouten bij handmatig werk willen verkleinen. Het is ook zinvol om saaie repetitieve taken te automatiseren of specifiek een automatiseringsproces voor zeer complexe taken.
Zorg er in ieder geval voor dat deze automatisering het natuurlijke leerproces volgt.
Niemand is gebaat bij een black box waarin niet duidelijk is wat er gebeurt na het klikken op Start. Het stapsgewijs inzetten van kleine, begrijpelijke microprocessen zorgt voor meer inzicht en snellere acceptatie. Het opstellen van bijvoorbeeld een clashmatrix geeft een praktische leidraad voor het stellen van prioriteiten voor die specifieke taak.
Het is een plan van aanpak om uit te zoeken welke werkpakketten eerst tegen elkaar moeten worden gecontroleerd en welke bouwdelen later in het ontwikkelingsproces.
Houd je aan het plan: to check or not to check?
Deze supergeavanceerde, complexe bouwpuzzel is niet eenvoudig te kraken. Het vergt tijd, teamwerk en vooral menselijke inspanning. Er komt meer bij kijken dan een snelle controle van een maquette. Goede afspraken zorgen ervoor dat deze complexe puzzel duidelijker wordt en stap voor stap kan worden opgebouwd.
Het maken van een goed plan vooraf geeft iedereen in het team een duidelijk inzicht in hoe het coördinatieproces wordt uitgevoerd en hoe modellen worden gecontroleerd. Zorg ervoor dat je dit toevoegt aan het BIM-uitvoeringsplan van het project.
En vergeet niet om jezelf bij elk puzzelstukje af te vragen: “to check or not to check?” voordat je op die knop CHECK klikt!
Auteur: Denise Bos
BIM Consultant, BASED BIM management & consultancy B.V.
Gecertificeerde trainingspartner Solibri Benelux